Nuis

Elanden en oerossen tussen Boerakker en Zuidhorn

• Bladwijzers: 88753


NUIS-Oerossen en elanden hebben duizenden jaren in het Westerkwartier rondgelopen. Dat blijkt uit vondsten van een hoorn en gewei rond de Matsloot bij Boerakker. Dit zijn nog maar twee van de miljoenen(!) bodemvondsten uit de drie Noordelijke provincies die in het mogelijk grootste archeologische depot van Nederland, het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) te Nuis, worden bewaard. Bezoekers zijn elke woensdagmiddag welkom om de mooiste bodemschatten te bekijken of een rondleiding te volgen.

We hebben veel meer vondsten uit het Westerkwartier,” vertelt assistent beheerder Jelle Schokker. “Zoals een fraaie dolk uit Grootegast, pijpenstelen uit Zuidhorn of vuurstenen werktuigen uit Grijpskerk. Die werden in 1996 gevonden bij de aanleg van de NAM locatie. Al die vondsten vertellen het verhaal van mensen en dieren die hier duizenden jaren geleden hebben geleefd, waar ze in woonden, hoe ze kookten en zich versierden.”

Gewei van een eland uit Boerakker

Het depot beschikt over diverse geconditioneerde ruimtes voor organisch materiaal zoals menselijke botten, houten palen en spullen die van leer zijn gemaakt. Een groot houten wagenwiel uit de Middeleeuwen (500-1500) dat in de ruimte staat is gevonden in een waterput. Daar diende het als fundament voor opbouw van de put,” vertelt Schokker.

Beker, schaal en lepel, gevonden bij de A7 te Leek

Meteen bij binnenkomst valt de grote wand met tientallen potten op. “Dat zijn kookpotten. Ze staan op de kop, want ze hebben een bolle onderkant. Wij hebben tegenwoordig pannen met platte onderkanten, maar deze potten werden zo in het vuur gezet. En dan is een bolle onderkant juist reuze handig”. Naast de kookpotten zijn in de bezoekersruimte schedels, kraaltjes, vuistbijlen, schaaltjes en andere prachtige kunstvoorwerpen te bewonderen. Een vuistbijl die gevonden is in een petgat in het beekdal van het Oude Diep is zelfs nog nooit gebruikt. Deze bijl is tussen 3400 en 2850 voor Chr. gemaakt.

Bies

Er ligt ook een hamerbijl met een cilindrisch gat, dat perfect glad is geslepen. Met een machine van de firma Bies uit Marum kun je je dat voorstellen, maar met een stok en een handvol zand wekt het wel heel veel bewondering. Jelle vertelt dat nog steeds niet bekend is hoe mensen destijds een gat in de steen boorden. “In ieder geval met veel geduld.”

Met een touw om de nek gevonden.

Heel bijzonder ook is het skelet van een man van ongeveer 1,80 meter. Jelle vertelt dat het skelet in de sloot werd gevonden, bedekt met mest. “Met een touw om zijn nek. Hij is waarschijnlijk opgehangen. Wellicht als straf voor zijn wandaden, maar dat weten we niet. De moord vond 300 jaar voor Christus in Hatzum plaats, 15 kilometer achter Leeuwarden. En uit de lengte van het skelet blijkt dat niet alle mensen toen klein waren.”

 

 

 

Het depot van de provincies Groningen, Friesland en Drenthe is in 1997 opgericht. Het is de opslag voor bodemvondsten uit heel Noord-Nederland. Vondsten die bij archeologisch onderzoek worden aangetroffen zijn eigendom van de provincie. Daarnaast bevat het depot ook veel voorwerpen die in de 19e en 20e eeuw zijn verzameld, bijvoorbeeld bij terpafgravingen. Deze vondsten stammen uit de collecties van de provinciale musea, de Groninger universiteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, maar ook uit particuliere verzamelingen. Ook opgravingsdocumentatie zoals rapporten en opgravingstekeningen worden in Nuis bewaard.

In de Erfgoedwet uit 2015 is vastgelegd dat archeologische bodemvondsten eigendom zijn van de provincie of in sommige gevallen de gemeente waar zij gevonden zijn. Als eigenaar van de bodemvondsten is de provincie wettelijk verplicht om een depot in stand te houden om de vondsten verantwoord op te slaan. De Staat der Nederlanden is eigenaar van bodemvondsten die buiten het grondgebied van enige gemeente of provincie vallen.

Vuurstenen dolk uit Grootegast

Voorbeeld van de beschrijving bij de dolk uit Grootegast.

Inventarisnummer : GM 1955-VI.1

Beschrijving : Zeer fraaie, aan beide zijden geretoucheerde dolk van grijze iets transparante vuursteen. Bloemers type I. [NB vermoedelijk al voor juli 2007 overgebracht naar GM]

Materiaal : Scandinavische dolk

Vindplaats : Grootegast

Periode : Neolithicum laat B: 2450 – 2000 vC

Bronstijd vroeg: 2000 – 1800 vC

Verwerving : Gevonden in 1939 op land van de eigenaar, op een zgn. rivierdijk onder de gemeente Grootegast. Bruikleen, ter expositie, door bemiddeling van Waterbolk, directeur van het BAI (12-10-1954) door de eigenaar dhr. G. Cazemier, landbouwer te Grootegast.

88 aanbevolen
0 notes
753 views
bookmark icon

Geef commentaar

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *