Grootegaster wijkagent Gerrit Faber over Plietsie Warris

 -  872033


GROOTEGAST-Plietsie Warris is een begrip in Grootegast. Wie de agent heeft gekend en zijn foto ziet bekruipt nog steeds een angstig gevoel. Zo ook Gerrit Faber, die tegenwoordig wijkagent is. Toen Warris op 90-jarige leeftijd Gerrit in het uniform zag, had hij dat niet verwacht. Gerrit herinnerde hem toen aan de schop onder de kont die hij ooit van de ‘veldwachter’ had gekregen. “Daar ben je niet minder van geworden,” zei Warris. Door Gerrit Faber

Het respect tegenover ons als politie is tegenwoordig soms ver te zoeken. Sla de krant op een willekeurige maandagmorgen maar eens open. Geweld tegen hulpverleners, vooral tegenover de politie, is schering en inslag. Dat was vroeger wel anders. De “ouderen’ onder ons kunnen dat zeker beamen

Vroeger had je nog in ieder dorp of gehucht een politiepost. Deze posten werden bestierd door de “dorpsveldwachters”.

In mijn jeugd was dé “dorpsveldwachter”: Plietsie Warris. Ja zo werd hij genoemd, niet bij de voornaam of alleen bij de achternaam, nee het was dus: Plietsie Warris. In die tijd noemde je de juf of meester ook nog niet bij de voornaam, dat was gewoon “not done” in die tijd. Een grote mond tegen ouderen, zou je het wel durven dan werd je dat gewoon verboden door je ouders en waren die niet in de buurt wel door een andere volwassene. Zo was dat gewoon in die tijd en dat moest je dan maar accepteren.

Er was gewoon ontzag voor ouderen, meesters en juffen en de politie. De maatschappij is veranderd, zo ook de verhoudingen. Het tanende ontzag voor het gezag is niet alleen te wijten aan de veranderde maatschappij. De politie volgde ook de veranderingen. Kleine politieposten verdwenen uit de dorpen en gehuchten, de afstand werd groter, dus het directe contact tussen de burger en politie nam drastisch af. De politie kwam verder van de burger te staan, wist minder wat er gaande was, en de burger kende haar ‘eigen plietsie’ niet meer.

Dit gegeven werd onderkend en daarom werd besloten om de functie van de wijkagent in het leven te roepen. Op zich een goede ontwikkeling, maar hiermee krijg je natuurlijk niet meer de “dorpsveldwachter” terug. De vraag is of je dat tegenwoordig nog wel zou moeten willen laat ik maar even in het midden, we moeten het hier nou eenmaal mee doen.

Foto beschikbaar gesteld door zoon Chris Warris

Vroegen was dat dus anders. In Grootegast was Plietsie Warris een autoriteit. Fors postuur, zware barse stem, ALTIJD, zelfs in de kerk, netjes gekleed in het uniform der Rijkspolitie. Dagelijks deed hij zijn ronde op zijn van Rijkswege verstrekte zwarte dienstfiets door het dorp. Hij fietste altijd langzaam door het dorp, zodat niets aan zijn waakzaam oog kon ontsnappen. Hij zag alles, kende iedere inwoner en straalde daarbij gezag uit. Dit gaf vertrouwen bij de burgerij. Door het vertrouwen waren burgers bereid om problemen bij hem op tafel te leggen, dé ideale informatiepositie.

Ik spreek over de tijd van mijn tienerjaren. Als pubers gingen we, net zoals overal, onze grenzen verkennen. Vanzelfsprekend ging je daarbij bewust of onbewust wel eens over die grenzen heen. Wanneer je bewust over die grenzen heen ging, dus over de schreef, dan had je gelijk daarna al een onbestemd gevoel, anders gezegd: een behoorlijke kluit op de maag. Je wist dan vrijwel zeker dat Plietsie Warris binnen afzienbare tijd hier een vinger achter zou krijgen.

Zo herinner ik me nu een jeugdzonde. Ik was, schat ik, een jaar of 12 toen we aan het donderen waren bij de oude molen aan het Grootegasterdiep. Voor degene die niet weten waar dat is: achter café de Klap. Tijdens dit gedonder sneuvelden een paar kleine ruitjes. Hoewel ik de overtuiging had dat zeer waarschijnlijk niemand iets van onze daden had waargenomen, keerde ik zenuwachtig huiswaarts. ’s Avonds bij het avondeten vroeg mijn moeder wat er met me aan de hand was, want ik was zo stil tijdens het eten. Ik was inderdaad erg stil. Iets wat in het grote gezin Faber erg ongebruikelijk was. Ik zei dat er echt niets aan de hand was, maar inwendig was ik één brok zenuwen. Ik voelde gewoon dat ik binnen afzienbare tijd als “jeugdcrimineel” ontmaskerd zou worden. Dezelfde avond nog, het was al schemerig buiten, zag ik een donkere schim langs de erker fietsen. Niemand wist nog wie dat was, alleen ik dus. Snel haastte ik me naar boven, maar hoorde de zware stem al in gesprek met mijn ouders. Ik was al als één van de daders ontmaskerd. Hierna volgde een forse berisping van Warris, gevolgd door een forse ouderlijke straf en uiteraard werd de schade gelijk vergoed. Er kwam geen bureau Halt aan te pas. Warris en mijn ouders fungeerden in die tijd als bureau Halt en organiseerden dus de alternatieve afdoening. Ik heb hierna nooit een steen, laat staan een vinger, naar andermans eigendom gegooid/uitgestoken.

-Nog wel een paar jeugdzondes:

Zo was ik een keer met een vriendje bezig met het branden van struikgewas en slootruigte op een braakliggend terrein, op een plek waar nu het Kokspadje ligt. Omdat we alleen maar oog hadden voor het vuur, zagen we niet dat Warris ons naderde. Mijn kameraad was iets minder gebiologeerd met het vuur bezig en spurtte ineens keihard weg. Ik werd hierdoor uit mijn fascinatie gehaald en keek snel om. Het eerste wat ik zag was de zwarte velg van het voorwiel van het van Rijkswege verstrekte dienstrijwiel van Plietsie Warris. Er was geen ontkomen meer aan voor mij en Warris kreeg me dus te pakken. Gevolg, een trap van Plietsie Warris onder mijn kont. Die kwam behoorlijk aan, want men droeg in die tijd nog van die hoge politielaarzen. Huilend kwam ik thuis en ging me gelijk beklagen over het optreden van Plietsie Warris. Gevolg: weer een trap onder mijn hol en voor straf vroeg op bed. Geen klagende ouders aan het bureau, maar vol lof over het corrigerende werk van hun dorpsveldwachter.

Tegenwoordig is dat dus wel anders, grote monden van de jeugd en wanneer ons optreden hen niet bevalt, komt de moderne ouder graag nog verhaal halen op het bureau en eventueel ook nog een klacht indienen.

Natuurlijk zijn de tijden erg veranderd en kun je niet alles blijven vergelijken met vroeger. Zo ook het hardvochtige optreden van de dorpsveldwachters dat in deze tijd ook niet meer past.

Desondanks heb ik altijd respect en ontzag gehouden voor “mijn” dorpsveldwachter. Toen ik net wijkagent in Grootegast was, kwam ik hem nog een keer tegen. Warris, toen al bijna 90 jaar, was op de fiets bij de bibliotheek. Hij in burger, ik als buurtagent in uniform. Hij zei toen: “ Zo, Faber, had niet verwacht om jou in deze hoedanigheid hier tegen te komen”. Ik vertelde hem, ondanks dat ik gekleed was in uniform, dat ik nog steeds ontzag voor hem had. Ik herinnerde hem nog aan de trap die ik onder mijn kont had gehad. Zijn antwoord was: “ Daar ben je zeker niet minder van geworden! Anders had je hier nu niet in dat pak gestaan!” Warris had min of meer wel gelijk met deze opmerking. Een paar maanden later hoorde ik dat hij was overleden.

“Politieposten in alle dorpen” is iets wat nooit weer terug zal komen, maar frequent zichtbaar aanwezig zijn in de buurt is zeker belangrijk!

Wijk- en jeugdagenten zullen daarom meer in zijn of haar wijk aanwezig moeten zijn en daar ook voldoende tijd voor moeten krijgen. Helaas lukt dit niet altijd en proberen we dit met allerlei andere middelen te compenseren. Kennen en gekend worden is het credo, daarom gaan we Twitteren en maken gebruik van Facebook, wat heus leuke “hulpmiddelen” kunnen zijn om contacten met de burger te onderhouden. Persoonlijk contact is toch het beste middel en blijft mijn voorkeur houden.

In de tijd van Plietsie Warris waren er nog geen mobiele telefoons, laat staan Twitter en Facebook, maar hij kende bijna iedereen, en IEDEREEN kende hem als dé dorpsveldwachter en er was sprake van wederzijds respect. Toch iets om eens over na te denken.

 

87 aanbevolen
2033 views
bookmark icon

6 thoughts on “Grootegaster wijkagent Gerrit Faber over Plietsie Warris

    Geef commentaar

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Oldest
    Newest
    Most Upvoted